Adrie: Khayelitsha

Adri: We lopen door een township Khayelitsha en worden rondgeleid. Een stel mannen begeleiden ons, bewaken ons. Jongens voetballen op blote voeten met een slappe bal. Harde muziek klinkt uit vrij primitieve huizen, hekken ervoor. We begroeten iedereen op straat.

Het is zondagochtend en overal zijn kerkdiensten bezig. Mogelijk kunnen we zo’n dienst bijwonen. Na wat gepraat mogen we naar binnen, waar iedereen ons begroet met een handshake zoals we die hebben leren kennen hier. De voorganger heet ons welkom, een orgel begint en er wordt gezongen, handen naar boven. Dan zijn wij aan de beurt met het koor. Het komt enorm binnen bij de mensen daar als we hun liederen zingen en dat komt weer enorm bij mij, bij ons binnen. Er komt door de muziek een enorme energie vrij. Zoveel verdriet ook mag er zijn, vrouwen jammeren of zitten helemaal stil in eigen wereld. Na een lied zoeken we elkaar op, omhelzen, troosten, tranen. Ik raak helemaal geëmotioneerd, wil eigenlijk alleen maar troosten en dichtbij zijn. Dan begint het orgel weer en gaan de meesten weer staan en dansen. De muziek doet mij denken aan Zaïrese soukous, zo swingend. Het volgt ‘gewoon’ op het verdriet, de gebroken harten.

We verlaten de golfplatenkerk, de referent verzekert ons dat we mogen blijven tot het einde. Even later bezoeken we een kunstenaar die materialen recycled tot kunstvoorwerpen. Aan de overkant zijn mannen in een caféachtige huis. Er wordt gewenkt en drank aangeboden. Iemand komt naar me toe, handshake door de prikkeldraad heen, en vertelt dat ze bidden tot hun voorouders en of ik de drum hoor. Dat zij zouden doodgaan als ze zich niet steeds verbinden met hun ‘ancestors’ en dat ik dat toch niet snap. Ik was het liefst naar hun gegaan, voel dat ik het wel snap. Het verschil is te groot, de rondleiding gaat door.

nl_NLNederlands